Antje werd in 1928 geboren aan de Zeedijk, waar nu de oude koekjesfabriek staat. In de volksmond heette het huisje "het huis van de Boed" omdat Arie de Boed er ging wonen toen haar ouders kort na haar geboorte enkele huizen verderop gingen wonen.

Door Herman Maas

Antje werd in 1928 geboren aan de Zeedijk, waar nu de oude koekjesfabriek staat. In de volksmond heette het huisje "het huis van de Boed" omdat Arie de Boed er ging wonen toen haar ouders kort na haar geboorte enkele huizen verderop gingen wonen in het huisje van van der Giessen of het huisje met de gele blinden. Op de foto rechts ziet u de Zeedijk toen Adrie de Boed ging trouwen met Jielis van Hemert.

Haar vader heette Stoffel Saarloos en kwam uit een gezin dat groter werd toen zijn zus overleed en haar kinderen bij hen introkken. Ze werden als kinderen grootgebracht. Haar moeder was Elisabeth v/d Slik en woonde tot haar trouwen met haar ouders, die van oorsprong uit Oud-Beijerland kwamen, in de Frel. Haar oudste broertje Corretje overleed met 15 maanden. Daarna kreeg haar moeder trombosebenen en was vaak ziek. Ze kon niet meer uit werken en daarom leefden ze vrij armoedig.
Later kwam er weer een Cor (die onlangs is overleden), een Stoffel, die al twintig jaar geleden overleed, een zusje Elisabeth (niet naar haar moeder, maar naar de overleden tante vernoemd). Elisabeth was hartpatiënte en overleed, toen ze twintig was, naast Antje in de bedstee. Als laatste kwam Antje.

Ze weet nog veel te vertellen over de slechte staat waarin het huis verkeerde. Het huis bestond uit een woonkamer met twee bedsteden voor de ouders en de dochters en een open zolder voor de jongens. De keuken was van hout en was aan het huis vast gebouwd maar leed vaak schade bij hoogwater. Ze hadden een kachel waarvoor ze op het gors dagelijks hout sprokkelden of jutten, maar als er geld was werden er ook kolen gestookt. Verder hadden ze een petroleumstel. Ze hadden eenvoudige stoelen en bij elkaar geraapt serviesgoed. Voor het raam hing een vitrage die moeilijk te strijken was en later ook een gordijn om moeder niet zo erg meer in de tocht te laten zitten voor het raam dat kierde.

Werk en school
Vader werkte op het land, eerst bij Wagner, later bij Kardux en tenslotte bij Lieven Braber (de vader van Dingenas). 's Winters had hij 8 gulden steun. Na de lange werkdag ging iedereen nog in de juun op derden: men kreeg zaad en grond van de boer en kweekte uien en van de opbrengst kreeg je dan een derde. Soms zat er een ziekte in de uien en dan had je een grote strop. Het hele gezin moest mee wieden en oogsten. De uien plukken op je knieën op de droge harde grond. Het te drogen leggen en later in zakken doen om op de "pit" (een hoop) te gooien vond ze erg zwaar. Ook het uien staarten met een mesje (van het loof ontdoen) vond ze niet leuk.

Vanwege de ziekte van haar moeder moest Antje veel thuis werken. 's Maandags morgens ging ze niet naar school, want dan moest ze de was doen. De was ging in een tobbe en Antje moest dan 300 keer stampen, de zaak omdraaien en weer stampen. Haar moeder telde mee en als ze bij 298 stopte moest ze opnieuw beginnen. Daarna werd het goed uitgewrongen en op tafel uitgespreid om te kijken of er nog vuile plekken waren. Deze werden dan, als er zeep was, uitgeboend en opnieuw in de tobbe gedaan om uit te spoelen. Daarna weer wringen en het goed op de bleek achter het huis leggen, als de waterstand het toeliet.
Na school ging Antje eerst wieden of tarwe, erwten of aardappels lezen. Was er op het land niets te doen dan moest ze breien, stoppen en huishoudelijk werk doen. Ze weet nog dat haar moeder een naaimachine kocht bij een Jood uit Middelharnis en die maandelijks met een kwartje afbetaalde. Kwam hij het geld halen dan bracht hij wel een gratis rundvlees mee en dat was iets heel bijzonders in die tijd. Ze hadden ieder jaar een varken en daar deden ze het hele jaar mee. Een keer ging hun varken dood en dreigde honger, maar Kamerling leende hen 10 gulden om een miezerig biggetje te kopen waarvoor een zeug met elf jongen geen tepels genoeg had. Wat waren ze trots dat dit varkentje nog 400 pond geworden is en ze de schuld makkelijk konden afbetalen.

Ze ging naar de Christelijke school met meester Visser als hoofd, Koole als onderwijzer en Riet Sprang en later mevr. Wesdijk als uitstekende handwerkjuffrouw. Ze moest als dolerende langs de school van de openbare bonken en heeft daar heel wat klappen op gelopen en moest wel eens 6 weken zitten vanwege een beschadigde knie, maar kreeg gelukkig dagelijks huiswerk door de meester thuisbezorgd. Omdat dokter van de Plassche was ondergedoken kwam een Duitsgezinde arts die vroeg aan welke poot ze pijn had. Toen was Antje al niet op haar mondje gevallen en vertelde hem: "aan geen enkele want ik heb benen".
Haar schoolvriendin was Riet Sprang die later, net als zus Hanna naar de overkant is verhuisd, maar haar zussen Trui, Cor, Jaan en broer Leen bleven op het dorp. Andere klasgenoten waren Kees van Rumpt, de broer van Jaas, Riet Tiggelman (later Witvliet) en Aad Maliepaard van Stoffel Maliepaard. Er was geen tijd om te spelen maar zaterdagmiddag en -avond trok de jeugd naar de Voorstraat en liepen de meisjes links om en de jongens rechtsom. Haar vader was erg streng en ze mocht niet zwemmen, niet schaatsen en niet naar de kermis op de Kaai.

Oorlog
Als twaalfjarig meisje had ze weinig besef van de oorlogsdreiging, maar herinnert zich nog wel de vliegtuigen en de controlerende soldaten op de dijk. Hier in het dorp waren slechts 2 oude Duitse soldaten ingekwartierd en die huilden iedere avond van de heimwee naar vrouw en kinderen. De Duitsers hanteerden hier een tijd die 1 uur en 40 minuten verschilde van de tijd in Middelharnis, dus als ze met vriendin Stina Donkersloot hier zaterdags om 1 uur naar Menheerse ging op een geleende fiets om groenten te halen, toen hier alles al onder water stond, was het daar al bijna drie uur, maar daarna was je ook weer vroeg thuis na de winkelsluiting daar.
Veel indruk maakte de razzia's zoals hier vlak voor Kerst 1944, toen allerlei bekenden en haar broer werden opgepakt en op transport gezet naar Duitsland. De trein werd bij Wierden door de Engelsen beschoten en er vielen slachtoffers. (Er staat daar nog steeds een monument bij het station)

Huwelijk Antje en Piet
Het huwelijk van Antje Saarloos met Piet (Peter) van Krieken.

Toen het eiland door de Duitsers onder water werd gezet moesten ze evacueren en kwamen als gezin in Gameren, bij Zaltbommel, terecht bij een familielid. Ze moesten 400 gulden per maand betalen voor de inwoning en hadden bijna niets meer over om te eten, terwijl het gezin bij wie ze woonden het goed had van hun geld en voor hun ogen zich te goed deden aan allerlei lekkers. Antje kreeg erg op haar kop toen ze eens in de keuken de lege pappan uitlikte.
Ze ging uit werken bij andere mensen en kreeg daar eten. Zaterdag 's middags eerst werken in het logeerhuis en dan naar Zaltbommel, waar Hen van Pelt bakkersknecht geweest was. Ook daar liep de jeugd op straat en ze ontmoette er een Piet van Krieken uit Haaften. Ze zagen wel wat in elkaar, maar al snel moest ze met haar moeder clandestien terug naar Stad en hun afscheid op het station werd stiekem door haar vader gade geslagen. Met haar witte kniekousjes moest ze het laatste stuk van de reis in een kolenboot varen en liep helemaal om, omdat ze met die zwarte kousen niet over de Voorstraat durfde.

Ze bleef met Piet schrijven, ook toen hij als vrijwilliger 9 maanden naar Engeland ging. Toen hij daarna naar Indië wilde dreigde ze het uit te maken. Op een avond kwam Corretje Knape aan de deur om te zeggen dat er een soldaat op de dijk stond voor haar en bleek Piet de verre reis voor haar gemaakt te hebben. Ondanks zijn Gereformeerde achtergrond, liet haar vader deze Hervormde jongen binnen en hij mocht zelfs op zolder bij de jongens slapen. Zijn moeder was vroeg overleden en in zijn vrije tijd van de militaire dienst kwam hij veel naar Stad. Toen hij een keer ziek werd en opgenomen was in het militair hospitaal in Utrecht ging Antje hem alleen opzoeken met bus, boot, tram, trein, overstappen, trein en weer bus. Dat was toen heel wat voor een meisje alleen.

Getrouwd
Na hun trouwen, waarbij zij Hervormd werd voor hem, hebben ze nog twee jaar bij haar ouders ingewoond voordat ze een huisje aan de Molendijk naast Herman Huizer konden huren. Vanwege tijdsgebrek slaan we de ramp over omdat daar al veel informatie over bekend is en komen we bij de tijd dat ze in de Kerkstraat woonden. Piet had eerst werk in het pakhuis van Huizer, werd toen chauffeur bij Trommel maar kon meer verdienen bij Pakhoed in Rotterdam. Via familie kreeg hij een baantje bij de PTT in Utrecht en reisde in het weekend op en neer omdat Antje het vertikte Stad te verlaten. Ten slotte werd hij chauffeur op de bus in Hellevoetsluis.

Op een dag kwam hij met hoofdpijn thuis en ging vroeg naar bed. De volgende ochtend moest hij om half vier op om op tijd op zijn werk te zijn, zei geen klachten meer te hebben maar zoende haar en stak zijn duim op toen hij trots met hun pas aangeschafte lelijke eendje vertrok. Hij heeft nog met een volle bus naar Rotterdam gereden maar viel bij het volgende ritje dood op zijn stuur door een hersenbloeding. De dominee kwam het zeggen. Ze bleef zwanger achter met twee dochters en vrij snel daarna werd haar dochtertje dood geboren en lag ze een tijd in het ziekenhuis wegens zwangerschapsvergiftiging.

Er brak weer een arme tijd aan, want ze kreeg pas na 3 maanden een uitkering van 400 gulden en was meer dan 200 daarvan kwijt aan huur, gas en elektriciteit. De gemeente wilde haar voor slechts twee weken geld lenen maar gelukkig heeft de diaconie de begrafenis van haar dochtertje betaald. Zowel de dokter als de dominee hebben haar slechts eenmaal bezocht in het jaar na al deze ellende. Rond 1972 is haar oude vader bij haar ingetrokken en ze heeft hem tot zijn dood in 1977 verzorgd.
Vele jaren later heeft God haar, via de buren van haar dochter en Hernesseroord, een weduwnaar gezonden en ze glimlacht als ze vertelt hoe ze schrok toen ze hem voor het eerst zag en dacht: "God, wat stuur je me nu". Maar ze had het vertrouwen en heeft vele mooie jaren met hem gehad. Met zijn kinderen heeft ze nog steeds een goed contact.

Stad aan 't Haringvliet

VOOR EN DOOR STADTENAEREN!

VRIJWILLIGERS GEZOCHT OP STAD!

🡢

Uitgelicht

Ko Nientje

Veel dorpsgenoten hebben al foto’s gemaakt van Ko Nientje. Kijk hier op een wereldkaart waar Ko Nientje allemaal al is geweest.

Dit keer ligt Ko Nientje met een lading schroot uit Beverwijk in Jorf Lasfar, Marokko. Helaas mag Ko Nientje de wal niet op.

Alle foto's kunt u terug kunnen vinden in het fotoboek.

STAD MEER DAN DROAG BRÔÔD